Robots bestrijden piraten

Robotscheepjes van negen of tien meter lengte kunnen de zee afspeuren naar piraten. Op de grootste marinebeurs ter wereld, Euronaval, waren de jongste trends te vinden op het gebied van militaire maritieme technologie.

door: Menno Steketee

zaterdag 29 november 2008

Euronaval, de grootste marinebeurs ter wereld die elke twee jaar in de Franse hoofdstad Parijs wordt gehouden, stond vorige keren vooral in het teken van ‘de verschuiving van blauwe naar bruine operaties’. Daarmee werd bedoeld dat westerse marines doctrines uitdachten en materiaal aanschaften die ze in staat stelden om veilig in ondiepe ‘bruine’ kustwateren te opereren. Tijdens de Koude Oorlog lag de nadruk op missies op de oceaan –vandaar ‘blauw.’ Dit jaar (27–31 oktober in Parijs) was te zien hoe deze verschuiving een overtreffende trap krijgt: zeestrijdkrachten moeten in toenemende mate samenwerken met andere partijen, zoals havenautoriteiten, douane, politie te water en de kustwacht. Deze eis tot verbeterde samenwerking heeft direct te maken met de huidige dreigingen zoals mensensmokkel, milieuvervuiling, terrorisme en piraterij.

 

Deze verbeterde samenwerking valt deels af te lezen aan het materieel. Zo zijn er veel fabrikanten van snelle bootjes die vanaf een moederschip kunnen worden gelanceerd. Maar de tendens is beter meetbaar op het vlak van de software en de commandovoering.
‘Samenwerking is tegenwoordig een must’, aldus Rynk van der Woude van Thales Nederland en tot begin vorig jaar commandant van de Nederlandse Kustwacht. Hij doet de presentatie van een software- en hardwaresysteem, I-Care geheten (Integrated Crisis Assistant and Risk Estimation) dat civiele en militaire communicatiesystemen aan elkaar koppelt.

 

Van der Woude: ‘Maar het gaat niet alleen om het aan elkaar plakken van die systemen, het vrij uitwisselen van informatie is soms niet gewenst.’ Zo is het niet de bedoeling dat de douane vrijelijk in het combatsystem van een marineschip kan rondneuzen. ‘En de uitgewisselde gegevens moeten ook niet voor derden beschikbaar komen.’

 

Van der Woude heeft een paar goed voorstelbare scenario’s opgesteld die op een aantal beeldschermen worden afgespeeld. Zo is er een geval van drugssmokkel over zee, waarbij een vlaggenstaat bliksemsnel aan een marineschip toestemming moeten geven om het smokkelschip te enteren. ‘Dat wordt een heterdaadje.’ Ook is er een geval van milieuvervuiling op volle zee waarvoor satellietbeelden nodig zijn en een maritiem patrouillevliegtuig naar de plek des onheils wordt gedirigeerd. En tot slot is er een complexe casus waarin terroristen de haven van Marseille aanvallen.

 

I-Care legt telkens een extra laag aan boven alle aparte communicatiesystemen, waardoor de data tussen de onderliggende systemen en deze nieuwe lagen kunnen worden gefilterd. ‘Maar’, zegt Van der Woude ‘eigenlijk ligt de grootste uitdaging niet op het technologische maar op het organisatorische vlak. Wie krijgt wanneer, welke informatie, dat is de grote vraag.’

 

Nog een technologische trend is de spectaculaire toename van het aantal onbemande, autonoom optredende systemen. Luchtmachten en landmachten maken al uitgebreid gebruik van robottechnologie – zie de talloze onbemande verkenningsvliegtuigen in Irak en Afghanistan – maar de zeestrijdkrachten liepen daarbij achter.

 

Diezelfde robotverkenners worden nu in toenemende mate gebruikt voor maritieme doeleinden. Het Europese EADS en het Israëlische Elbit Systems lieten modellen zien van Unmanned Aerial Vehicles (UAV’s), die speciaal zijn ontwikkeld voor het surveilleren van grote zeegebieden. Grote technische verschillen met de luchtmachtvarianten zijn er niet.

 

Op een helikopterdek landen is voor deze robottoestellen echter niet weggelegd, reden waarom op Euronaval verschillende onbemande verkenningshelikopters waren tentoongesteld, zoals de Orka van EADS. Op 22 oktober was het DCNS, dat op dit technologische terrein de show stal. Op die dag landde een robothelikopter van fabrikant Schiebel, die was uitgerust met apparatuur en software van DCNS, geheel autonoom op het achterdek van het Franse fregat Montcalm. Volgens een waarnemer was dat knapper dan op het eerste gezicht lijkt: ‘Het landen op een stampend dek is voor een helikopterpiloot een van de lastigste dingen die er is. Ze kunnen het, maar ze doen het liever niet. Zo moeilijk is dat.’

 

Een ander deel van de maritieme robottechnologie is een evolutionaire ontwikkeling van de mijnenbestrijding. In veel Euronavalpaviljoens lagen onbemande minionderzeeboten, de ene nog meer dan andere lijkend op een exotisch vaartuig uit de serie The Thunderbirds. Het gaat om autonoom, of van afstand bestuurde bootjes die verborgen zeemijnen opsporen en deze met een springlading vernietigen.
Robottechnologie in het maritieme domein die wél revolutionair mag worden genoemd, is het gebruik daarvan in snelle oppervlaktescheepjes. De Israëlische ondernemingen Rafael en Elbit Systems hebben hierbij mondiaal het voortouw genomen.

 

Rafael ontwikkelde de Protector, een bootje van negen meter lang, en Elbit de Silver Marlin die ruim een meter langer is. De scheepjes kunnen met sensoren, een satellietverbinding en een lichte bewapening patrouilles overnemen van kleine oorlogsschepen. De Silver Marlin is, volgens de Elbit-vertegenwoordiger, ‘bij uitstek geschikt voor anti-piraterij-missies’. Ja, ook in Somalische kustwateren. ‘De Silver Marlin kan opereren vanaf een moederschip en zo grote zeegebieden in de gaten houden.’ Het snelle scheepje kan via een robotvliegtuig en een satellietverbinding, desnoods vanuit een commandocentrale een continent verderop, worden bestuurd.

 

De Protector heeft diverse exportsuccessen geboekt, de Silver Marlin nog niet, maar de Israëlische marine bestudeert het model.
Het is dus vooral elektronica, datalinks en software wat op Euronaval de klok slaat, maar dat betekent niet dat er op het gebied van de klassieke hardware niets te vermelden valt. Zo waren er nogal wat bedrijven die zich hadden toegelegd op het verbeteren van de detectie van onderzeeboten in ondiep water – een dreiging die volgens Navo-bronnen snel toeneemt – met behulp van sonar. Fabrikant DCNS lanceerde de Andrasta-klasse, een onderzeeboot van nog geen vijftig meter met een bemanning van minder dan twintig koppen. Verregaande automatisering van alle boordfuncties maakt deze kleine bezetting mogelijk.

 

De Russische onderzeebootbouwer Rubin pakte uit met de Amoer, een onderzeebootje van bijna zestig meter met een bemanning van achttien opvarenden. Deze onderzeeboot kan zowel torpedo’s lanceren als raketten uit verticaal gepositioneerde silo’s. Voor zo’n kleine onderzeeboot is dat opmerkelijk.

 

Op hardwareterrein maken ook snelvuurkanons tegen antischip-raketten nog altijd grote vorderingen. De Russische firma Tula heeft twee zesloops kanons met een kaliber van dertig millimeter in één opstelling gemonteerd, gekoppeld aan een vuurleidingradar. Het apparaat kan tienduizend granaten per minuut uitbraken.

 

De stand van Rheinmetall had een Millennium Gun opgesteld. Dit apparaat is enkelloops en heeft een kaliber van 35 millimeter en is ook radargeleid. Het kan ‘maar’ duizend granaten per minuut afvuren, maar iedere granaat spat vlak voor het doel uiteen in 152 wolfraam scherfjes. Dat betekent dat voor een aanstormende raket een ondoordringbaar ‘gordijn’ van wolfraam wordt opgetrokken.


I-Mast
Thales Nederland maakte op Euronaval bekend dat de zogeheten I-mast als productfamilie gaat worden aangeboden. I-Mast (geïntegreerde mast) is een piramidevormige opbouw op het schip waarin tientallen sensoren en communicatiemiddelen zijn verwerkt. Volgens vice-president Naval Radar Frank Biemans heeft dit concept een aantal intrinsieke technische voordelen ten opzichte van traditionele masten met hun woud aan antennes en sensoren. Zo is de kans op interferentie tussen de verschillende elektronische systemen veel kleiner. En doordat de sensoren en andere gevoelige apparatuur in de mast zijn ingebouwd en van binnen te bereiken, zijn deze én minder kwetsbaar voor weersomstandigheden én eenvoudiger van binnenuit te repareren. Ook betekent het parallel aan de bouw van het schip testen en integreren van de sensoren een revolutie in bouwwijze van marineschepen.
De patrouillevaartuigen die voor de Koninklijke Marine worden gebouwd, krijgen al een I-Mast. Daarnaast biedt Thales I-Masten voor kleine patrouillevaartuigen tot grote fregatten. Ook het Joint Support Ship dat voor de Koninklijke Marine op stapel staat, krijgt mogelijk een I-Mast.

        NuJij  Ekudos  Digg  MsnReporter.nl