Niet saneren maar innoveren

De staandwantvisser ‘IJM-369

De staandwantvisser ‘IJM-369 (beeld: Flying Focus B.V.)

De Nederlandse visserijsector staat er niet florissant voor. De oplossing ligt in samenwerking en innovatie. Beide aspecten komen samen in kenniskringen, waarin vissers, leveranciers en experts samenwerken. Ook krijgt Nederland de komende zes jaar 48,5 miljoen euro uit Europese fondsen voor de kleinste branche in het maritieme cluster.

door: Leendert van der Ent

woensdag 11 november 2009

In dit verhaal leest u over kenniskringen en subsidieregelingen. Benieuwd naar concrete innovaties die dit oplevert? In Maritiem Nederland 9 (verschijnt 20 november)  komt een overzicht van moderne duurzame vistechnieken.


 “Vis is een prachtig en kostbaar versproduct. En de Nederlandse vissers zijn mensen met veel ervaring, toewijding en technische kennis”, stelt Frans Vroegop. Hij is secretaris van het Visserij Innovatie Platform (VIP) en werkzaam bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) in Den Haag. “Maar het blijkt tot nu toe moeilijk om waarde aan vis toe te voegen, zoals in de zuivelsector of met aardappelen wel is gelukt. De reden daarvoor ligt voor een flink deel in de organisatie van de keten. Er zijn weinig dominante partijen in de versplinterde visserijketen. Er zijn bijvoorbeeld tien visafslagen.”
Bovendien zijn er weinig contacten tussen de schakels binnen de keten, gaat Vroegop verder. “Het gros van de vissers voert hun producten één keer per week aan op de afslag. Daardoor is er ook controle mogelijk op de aanvoervolumes met het oog op de vangstquota. Daar houdt het voor de vissers veelal op; ze hebben weinig van doen met de handel en de verwerkende industrie en daarmee hoe hun product de consument bereikt. De andere partijen in de visketen hebben op hun beurt andere belangen dan de vissers. Zij zijn vooral gericht op im- en export van vis en minder op afzet van Nederlandse visserijproducten aan bijvoorbeeld supermarkten op de thuismarkt. Een vraaggestuurde keten is er niet.”
In deze situatie liggen er voor de overheid verschillende taken: het faciliteren van een economisch gezonde sector, het ondersteunen van innovatie, het investeren in duurzame vangstmethoden, in certificering van visserijen en het voorkomen van overbevissing. Vroegop: “De ondernemers in de sector zijn primair verantwoordelijk, maar de overheid wil het proces van verduurzaming en vernieuwing faciliteren. De instelling van het Visserij Innovatie Platform draagt hier sterk aan bij. Maar: het lukt alleen als de vissers de handen ineen slaan en de kracht van het collectief ontdekken, zoals bijvoorbeeld de zuivelcoöperaties dat lang geleden al hebben gedaan.”

 

Kenniskringen
Samenwerken is niet eenvoudig voor een beroepsgroep die het grootste deel van de week op zee zit. “In andere landbouwsectoren hebben we goede ervaring opgedaan met kenniskringen”, zegt Kees Taal, Projectleider Kenniskringen Visserij van het Landbouw Economisch Instituut in Den Haag, onderdeel van Wageningen Universiteit en Researchcentrum. “Uitgangspunt is dat de ondernemers, onder begeleiding van onderzoekers die goed kunnen organiseren, hun krachten bundelen. Samen vergaren en delen ze kennis om anders en beter te gaan werken. Ze ontdekken met elkaar de keuze tussen inspelen op maatschappelijke vragen of doorgaan om een steeds kleinere taart te verdelen. Vervolgens komt het erop aan vast te stellen welke kanten je op kunt en welke kennis nodig is om daar te komen. Het gaat niet meer alleen om vangen, maar vooral om anders vissen en beter vermarkten. Echt ondernemen betekent meer verdienen aan minder vis.”
Het ministerie stelde een subsidie van iets meer dan acht ton per jaar beschikbaar voor de kenniskringen. Inmiddels zijn er in één jaar dertien verschillende kenniskringen ontstaan. Vroegop: “Binnen het ministerie zijn we verbaasd over de snelheid. Heel positief is dat de kenniskringen zelf met innovatievoorstellen komen. Dat is ook de moeite waard, want binnen het VIP is daarvoor budget beschikbaar. Van de ruim honderd binnengekomen voorstellen hebben we er zestig kunnen honoreren.
Inzetten op innovatie, duurzaamheid en energiebesparing is een belangrijke trendbreuk met het verleden, toen de Europese visserijfondsen vooral uitkeerden voor sanering. Nu is er een ultiem offensief met regelingen om de sector anders in te richten. Nederland krijgt de komende zes jaar 48,5 miljoen euro uit Europese fondsen. Samen met Nederlands geld is er 120 miljoen euro beschikbaar. Daarnaast is er nog 20 miljoen euro aan ‘eigen geld’ van het ministerie, waaruit bijvoorbeeld de kenniskringen worden betaald. Het totaal komt daarmee op 140 miljoen euro voor zes jaar voor de gehele visserijsector om tot die innovatieslag te komen.

 

Andere denktrant
Vroegop en Taal zien inmiddels onder invloed van de kenniskringen veel vissers de oude patronen verlaten. Taal: “Dat kan niet in een keer, want het gaat om een andere manier van denken, om andere businessmodellen en om anders investeren. De omvang en samenstelling van een vloot kun je niet snel veranderen, maar de denktrant verandert wel. De meeste vissers zijn nu heel anders bezig dan enkele jaren terug.”
Het gaat de goede kant op, constateert ook Vroegop: “Vissers ontdekken bijvoorbeeld dat ze meer kunnen met hun schip dan alleen vissen. Een multifunctionele inzet voor offshorefuncties behoort tot de mogelijkheden. Een ander punt: waarom allemaal op dezelfde dag uitvaren en op dezelfde dag binnenlopen om vis bij de afslag te brengen, als de klant in de supermarkt vraagt om dagverse vis? Je kunt bijvoorbeeld onderling afspraken maken waarbij er elke dag een ander schip vis aanlandt, of één schip van een vloot reserveren om dagelijks af en aan naar de afslag te varen terwijl de rest doorvist. In 2012 wil de Nederlandse supermarktsector bovendien alleen gecertificeerde, duurzaam gevangen vis. De sector is dergelijke vraagsturing niet gewend, maar is genoodzaakt op deze en andere uitdagingen met innovaties in te spelen.
Taal: “De kenniskringen stellen vissers in staat nieuwe mogelijkheden uit te proberen. Als ze dat willen gebeurt dat in samenwerking met toeleveranciers, maar een kenniskring blijft voor en door vissers. Voorbeelden van alternatieve vangstmethoden voor de kwijnende boomkorvisserij op platvis zijn de puls- en sumwingvisserij. Deze zijn minder schadelijk voor de bodem dan de traditionele platvisvisserij, geven minder ongewenste bijvangst en besparen veel brandstof. Voor de leek ziet de techniek er hetzelfde uit, maar de verandering heeft een enorme impact, ook op de rentabiliteit. Deze vangstmethoden worden nu versneld ingezet. Ze zouden er zonder de kenniskringen waarschijnlijk niet zijn gekomen. Ook schakelen steeds meer vissers om naar visserijmethoden op alternatieve soorten zoals mul of inktvis.”

 

Wensen van afnemers
Met de introductie van kenniskringen komt ook de marketing meer en meer in beeld voor de vissers; inspelen op de wensen van afnemers. “Er loopt bijvoorbeeld een pilot met Albert Heijn voor de aanlevering van vooral schol en tong”, vertelt Taal. “De moeilijkheid van directe levering aan de retail is, de logistiek van de vissers te laten aansluiten op de geheel eigen logistieke eisen van een supermarkt.”
Om echt ‘slimmer te ondernemen’ zullen vissers de markt anders moeten gaan benaderen, geregeld businessplannen moeten maken en up-to-date houden, het financieel beheer en de bedrijfsvoering in het algemeen aanpassen naar de eisen van deze tijd. Taal: “Vissers ontdekken nu dat ze iets anders met hun bedrijf kunnen. Gelukkig maar, want het is zeer waarschijnlijk dat er voor de huidige bijna honderd boomkorvissers geen rooskleurige toekomst zal zijn. De meeste vissers zijn op dit moment nog in staat om een profijtelijke draai te maken naar verduurzaming en rentabiliteitsverbetering door nieuwe technieken en zijn ook volop bezig met een nieuwe toekomst.”

 

www.visserijinnovatieplatform.nl
www.kenniskringvisserij.wur.nl

    NuJij  Ekudos  Digg  MsnReporter.nl