Havenpersclub Kyoto vierde zijn vijftigjarig bestaan met een tiendaagse cruise over de Middellandse Zee, aan boord van de Grieks-Cypriotische ‘Sapphire’. Freelancejournalist Janny Kok, al jaren enthousiast Kyoto-lid, hield een logboek bij.
Door: Janny Kok
14 september: toren van Babel
De Havenpersclub Kyoto bestaat dit jaar vijftig jaar en dat moet gevierd. De harde kern van de club van maritieme journalisten vindt het weer eens tijd voor een cruisereisje. Dat gebeurde tien jaar geleden voor het eerst in het Caribisch gebied. De toenmalige organisatoren, oud-secretaris en maritiem publicist Bram Oosterwijk en voormalig voorzitter Wim de Regt, werpen zich ook dit keer op als vrijwilligers voor het regelen van een groepsreis en de onderhandeling over een scherpe prijs voor zeven Kyoto-leden en hun partners. Daarvoor krijgen ze een retourtje vliegen van Amsterdam Schiphol Airport naar Marseille, een shuttleservice per taxi naar de haven en een zeereis door het Middellandse-Zeegebied aan boord van de ‘Sapphire’ van de Grieks-Cypriotische rederij Louis Hellenic Cruises.
Na een vertraging van 45 minuten met een Fokker 70 vanaf Schiphol, gevolg van een gewijzigd vliegplan en een tekort aan verkeersleiders in Noord-Frankrijk, gaat de afhandeling van de papierwinkel op de terminal en op de Sapphire gelukkig snel. Cruisemanager Dominique Jacobs praat de ruim 560 passagiers in ijltempo in vier talen (Frans, Engels, Duits en Nederlands) bij over het leven aan boord. Ze had er meer kunnen gebruiken, want de Sapphire is alleen al met de bemanning uit 25 landen een drijvende ‘toren van Babel’.
15 september: bliksembezoek
De kooinachtrust heeft de journalistieke geesten verlicht. Als we ’s morgens afmeren in Genua kunnen de 560 passagiers van boord voor een bliksembezoek. We vergapen ons in de haven al aan het luxe cruiseschip ‘Seacloud II’ en een mooie driemaster.
Bij terugkomst met de eerste souvenirs blijkt hoe slordig de handhaving van de ISPS-code (International Safety for Ports and Ships) in Genua is. De havenbeveiligers werpen op zijn best een terloopse blik op de pasjes van passagiers en vinden scannen van personen en tassen kennelijk niet nodig. Er is tenminste geen bagage- en personenscan te zien.
De zogeheten ‘sloepenrol’ gaat ook behoorlijk relaxed. De verzamelde passagiers in de lounge krijgen een demonstratie ‘zwemvest aantrekken’ terwijl ze deze al aan hebben. Er is dus tijd genoeg om de specificaties op dat vest te lezen: 3M 3150 SOLAS (SOLAS is standaard voor beveiligingsregels in de scheepvaart) RINA (classificatiebureau) 1 509/85/TAO. Nu maar hopen dat dit de jongste generatie zwemvesten is...

De Sapphire, aangemeerd in de haven van de Italiaanse havenstad Genua (beeld: Jaap en Janny Kok)
16 september: Ketelbinkie
Na het ontbijt vind ik een briefje dat onder mijn hutdeur is geschoven, met het verzoek contact op te nemen met hotelmanager Piero Staffieri voor een ontmoeting van de Rotterdamse en Amsterdamse Kyoto-vakbroeders met de Griekse kapitein en officiers op de brug. Die kan de dag daarop al plaatsvinden. We nemen de uitnodiging graag aan.
Voor we afmeren in Napels is er genoeg tijd voor een uitgebreide knipbeurt door een Bulgaarse kapster aan boord. Gesoigneerd en al zie ik samen met de anderen dat er in de haven van Napels enige containeroverslag is en dat er een wel heel roestig schip ligt aangemeerd. Ongetwijfeld heeft het onder goedkope vlag gevaren, net als de Sapphire trouwens doet: die vaart onder de vlag van de Marshall Eilanden. Meer maritiems is er niet te ontdekken in de korte tijd waarin we voet aan wal zetten. Eenmaal terug op de terminal blijkt men hier de ISPS-Code serieuzer te nemen. Onze tassen moeten door een scan en zelf gaan we door een detectiepoortje voor we de Sapphire op mogen. Helemaal volgens de regels staat aan begin en eind van de gangway een bemanningslid ter controle.
17 september: goedkope vlag
Hedenmorgen kunnen de maritieme journalisten spreken met de kapitein. Precies op de afgesproken tijd melden we ons bij Reception Manager Elena, die ons naar de brug begeleidt. Daar wacht kapitein Leonidas Panopoulos ons op. Gaandeweg waardeert hij ons steeds meer, vanwege onze vaktechnische vragen. Hij vertelt dan ook vrijuit over het waarom achter de keuze voor het varen onder goedkope vlag (de zogeheten flag of convenience), zoals wel meer cruiserederijen doen. “Het zijn uitsluitend financiële redenen,” zegt Panopoulos, die weet dat de Griekse officieren liever een Griekse vlag op de achtersteven zien. Ze zijn trots op hun land als zeevarende natie en arbeidsrechtelijk is het varen onder Griekse vlag bovendien beter.
Ze moeten het vooralsnog doen met de arbeidsvoorwaarden die Louis Hellenic Cruise ze biedt. Het horecapersoneel en de officiers werken onder contract van zeker 7 maanden. De vrije tijd aan boord is in uren uit te drukken en het verlof is niet langer dan twee maanden.
“Het is dat of werkloosheid,” zegt de tweede officier later tegen me. Panopoulos vertelt liever over het ontstaan van de rederij en de markt van deze relatief kleine speler. “Er zal altijd een plek tussen de grote cruiserederijen in de mediterrane cruisemarkt blijven voor het Griekse bedrijf. De Europese markt groeit en veel mensen varen liever op een kleiner schip dan op de reuzen van grote cruiserederijen. Zo krijgen we de laatste tijd veel Franse passagiers aan boord die voor het eerst een cruise maken. Ik denk dat ons personeel meer aandacht besteedt aan de passagier.”
Louis Hellenic Cruises is zeker kostenbewust in de bedrijfsvoering. Dat blijkt uit de geboden maaltijden en het entertainment aan boord dat de bemanning merendeels zelf verzorgt. Passagiers schakelt men ook in voor het nodige vermaak. Zo brengen de leden van de Kyotoclub, met groot succes, het Ketelbinkielied ten gehore.
Nautisch gezien is het deels handwerk op de Sapphire. De roerganger staat nog achter een echt stuurwiel en de kapitein staat zo nodig bij het afmeren buiten mee te manoeuvreren. Er is wel GPS en andere moderne apparatuur aan boord.
18 september: open achterklep
We varen de haven van Piraeus binnen en kijken samen met oud-schipper Sjaak Scholten op binnenvaarttankers van Van Ommeren naar sleepbootassistentie en het overige scheepvaartverkeer. De scherpe blik van Scholten en zijn vrouw valt op de moderne RoRo-ferry van Hellenic Seaways die met open achterklep wegvaart. De bemanning is kennelijk vergeten wat er met de ‘Herald of Free Enterprise’ en de ‘Estonia’ is gebeurd, toen die ook met open achtersteven wegvoeren...
In de terminal wacht mede-Kyotolid Anton Heuff, die over grote maritieme kennis beschikt, ons op. Lopend over de terminals vertelt hij over Piraeus als vestigingsplaats van de internationale maritieme sector – onder meer Neorion SA die twee schepen bouwt voor EasyCruise, de Panama Register Company en Tsavliris Salvage – en internationale banken. Daarna gaat de (metro)tocht naar de buurt Plaka en de Akropolis. De taxichauffeur die ons naar de cruiseterminal terugbrengt, blijkt ook zeeman te zijn. Hij vertelt dat hij binnenkort aanmonstert op een agribulkcarrier.
19 september: grot van Johannes
Er zijn zeker 300 Fransen aan boord van de Sapphire en slechts tientallen passagiers die de Engelse taal beheersen. Dat brengt logistiek voordeel bij excursies: de ‘Engelse’ bus is snel gevuld en mag doorgaans als eerste vertrekken. Zo ook op het Griekse eiland Patmos, waar we de grot van Johannes bezichtigen, degene met het bijbelboek Openbaringen op zijn naam.
Eenmaal weer aan boord gaat de korte zeereis naar Kusadasi in Turkije, waar we de opgravingen in Efeze bezoeken. Terug op de terminal treffen we de kapitein-eigenaar aan van een sleepboot die bij Damen Shipyards is gebouwd. Deze meldt tevreden te zijn over de prestaties van de boot. We zien ook hoe de Turkse autoriteiten drie weken na een bomaanslag in Izmir de schijn ophouden te voldoen aan ISPS. De kapitein van de Sapphire laat zich daarover later kritisch uit. “Ze controleerden mijn pas niet eens.”
20 september: veiligheidsoefening
Omdat ik niets voel voor een bliksembezoek aan Mykonos, blijf ik aan boord. Zodoende maak ik de veiligheidsoefening mee van de totale bemanning aan boord van een nagenoeg verlaten Sapphire. Men neemt de oefening zeer serieus en er wordt zelfs proefgedraaid met vier reddingssloepen. De kapitein ziet me met mijn blocnote in de aanslag en wenkt me de procedures op de brug te volgen. Zo kan ik precies zien dat het zeker tien minuten duurt voor reddingsboot 12 van de davit loskomt.
Kapitein Panopoulos en Staff Captain Kyracos Mouzouris praten me bij over de zin en onzin van ISPS en ISM (International Safety Management). “De cruisevaart nam al adequate maatregelen na de aanslag op de ‘Achille Lauro’ (in 1985, door Palestijnse terroristen/red.),” zeggen ze. “Die waren meer praktijkgericht dan de regels waaraan we ons nu moeten houden. Bovendien zijn we uren kwijt aan het invullen van formulieren voor ISPS en ISM. We hebben wel eens aan inspecteurs gevraagd wat het effect daarvan was, maar daarop gaven ze geen antwoord.”
21 september: loods aan boord
Loodskapitein Stefanos Giakoumelos hoeft bij het Griekse eiland Katakolon niet langer dan tien minuten aan boord te zijn, maar desondanks vindt hij de beloodsing gecompliceerd. De loods adviseert de kapitein, maar die laatste neemt uiteindelijk de beslissingen. Het is een kwestie van de juiste balans vinden tussen beider autoriteit en kennis van het vaargebied.
22 september: siësta
De Sapphire had de Siciliaanse stad Messina beter niet kunnen aandoen. En al helemaal niet rond 14.00 uur, want dan is de met graffiti volgespoten havenplaats in een diepe siësta verzonken. Die duurt tot zeker 16.00 uur, wanneer de winkels en het toeristenbureau weer opengaan. De twee havenbeveiligers in een personenauto slapen niet. Zij zwaaien allervriendelijkst naar een Italiaanse schone in een zwart Fordje, en naar ons. En dat terwijl wij door een hek zijn gekomen dat beslist niet open had mogen staan. De Port Authority Messina dreigt, getuige een bord op het hek, met strenge straffen. Maar het enige waar de havenbeveiligers aan lijken te denken is een ’Allo ’Allo-achtige uitspraak: “Bioetifoel lady, Ai kisse your ’and.” ISPS-Code? What a mistaka to maka...
23 september: inpakken...
Vandaag is het rustig ontbijten, en souvenirs en kleding pakken in een schijnbaar gekrompen koffer. Een goed doordacht ‘stuwplan’ brengt uitkomst, waardoor de koffers op het juiste tijdstip – 02.00 uur – op de gang staan. Goed voor een soepele afvoer, minder goed voor de veiligheid op de gangen. Gesterkt door een ‘extra mokkie schootan’, om met Ketelbinkie te spreken, gaan we er maar vanuit dat ons niets kan gebeuren.
24 september: ...en wegwezen
De Sapphire mag zijn gasten graag ontvangen, maar ze moeten ook snel weer wegwezen. Wij staan daarvoor gepland om 9.30 uur, dus is het een kwestie van de handbagage grijpen en in looppas van boord. Het zeeleven voor de maritieme journalisten is voorbij. We missen het schip en zijn bemanning nu al.
www.havenpersclubkyoto.nl
Cruiseschip Sapphire
Eigendom van: Louis Hellenic Cruises
Lengte over alles: 149 m
Breedte: 21,5 m
Diepgang: 6,8 m
Snelheid: 16,5 kn
Capaciteit: 663 passagiers
Bemanning: 250 p