Door: Anke Dählmann
28 augustus: stoptrein
Bari. U weet wel, waar Sinterklaas ligt begraven. We stappen op de stoptrein naar Taranto, helemaal in het zuiden van Italië, aan de binnenkant van de hak. Van daar vertrekken we morgen richting oostelijke Middellandse Zee. Voor mij is het alweer de vijfde tocht in dit gebied. De twee studentes in de groep van vijf vrouwen en vier mannen moeten nog maar zien of ze het leuk vinden, met 27 personen op een boot van nog geen vijftig meter lang.
29 september: verhuizing
Als we de container met al onze apparatuur en verdere benodigdheden openen, wordt meteen duidelijk dat we een ambitieus programma voor de boeg hebben. De hoeveelheid kisten en kratten die tevoorschijn komen, is overweldigend.
Bij het pakken voor een expeditie doe je er goed aan, de afweging van wat mee moet en wat niet serieus te maken. Je moet het immers doen met wat er is. Op honderden zeemijlen afstand van de dichtstbijzijnde kust kun je niet even iets gaan kopen. Tegelijkertijd kun je niet te veel meenemen, want je verhuist naar een kleinere ‘woning’, oftewel de labruimte.
30 augustus: buitenkasten
Alles is inmiddels uitgepakt. De 25 vierkante meter van het lab zijn te klein, de rest blijft dan maar in de kisten. Die worden goed vastgezet aan de reling. Op die manier creëren we in onze nieuwe woning geen binnen-, maar buitenkasten.
Op het eerste gezicht lijkt dat misschien niet handig, maar na verloop van tijd blijkt het wel prettig als je even naar buiten kunt om iets te halen. Als je van het mediterrane klimaat houdt, is dat allesbehalve een straf. Een van de meest hardnekkige vooroordelen over werken op zee is namelijk dat je continu buiten bent. Zeker, als er monsters genomen moeten worden sta je even aan dek om een sedimentkern te nemen of water te tappen uit een CTD. Maar het meeste werk zit toch in de verwerking in het lab.
2 september: concentratie
"Hij is er!," gilt iemand door de gangen. Wie? Wat? Nee, deze vragen hoor je niet. ‘Hij’ is waar iedereen naar uitkijkt: de eerste CTD van de tocht, met watermonsters in twaalf flessen, gevuld met elk twaalf liter zeewater. Elke fles is gesloten op een andere diepte, tussen 500 en 2.100 meter. We laten liggen waar we mee bezig zijn, pakken de al gereedstaande kratten met alle monsterpotjes die we nodig hebben en gaan in groepjes van twee aan de slag.
Bij ons is het motto ‘tijd is concentratie’ in plaats van ‘tijd is geld’. Niet dat we ons na een poosje slecht kunnen concentreren. Nee, we willen de concentratie van gassen meten in het zeewater. En als je er niet snel genoeg bij bent, is het gas ontsnapt en zijn de monsters even waardeloos als de smaak van een glas cola dat al een uur staat.
Drie groepen van twee die rond een carrousel met twaalf flessen hurken om zo snel mogelijk zeven verschillende monsterpotjes per fles te vullen, één voor elke parameter die op het lab gemeten zal worden. Dat duurt wel even, zeker de eerste keer. Deze eerste keer zijn we – aan dek – na ruim een uur klaar.
Nu nog de potjes opruimen, de twaalf groepjes van zeven verschillende potjes per CTD-fles omsorteren naar zeven sets van twaalf gelijke potjes. Want wat aan dek handig is, is later op het lab in Utrecht helemaal niet handig. Als je daar een bepaalde meting uitvoert, wil je het liefst alle potjes voor dezelfde parameter in een zakje. Hierna kunnen we verdergaan waar we eerder mee bezig waren. Waar had ik mijn blikje cola ook alweer laten staan?
3 september: rekenen
Een van de belangrijkste taken tijdens deze tocht is het ophalen van sedimentvallen. Op twee plaatsen hangt een set van vier vallen op verschillende dieptes onder elkaar. Patrick is gespecialiseerd in het bemonsteren van deze vallen, vandaar dat hij het heft in handen neemt bij de voorbereiding. Er moeten labels op potjes worden geplakt. Dat kennen we wel van de CTD, maar bij de sedimentvallen praat je over andere dimensies.
Even rekenen: onder elke val komt om de twee weken een nieuwe fles te hangen waarin de vaste deeltjes uit het zeewater vallen. De val hangt er al bijna een jaar, dat zijn 24 flessen. Elke fles willen we eerst op drie bestanddelen in het water analyseren. Daarna wordt het geheel in acht gelijke delen opgedeeld en elk deel apart gefiltreerd om de vaste stoffen op acht parameters te kunnen onderzoeken. Elk filter komt weer in een apart potje. En er zijn dus vier van die vallen boven elkaar die allemaal op één ochtend aan dek komen te staan.
Gelukkig hangt de tweede set vallen in een ander gebied, waar we pas een paar dagen later aankomen. Dus beginnen we met het labelen van de eerste set: 24 x (3 + 8) x … = meer dan een dagtaak.
4 september: dagdroom
Iedereen die van een boottocht terugkomt, weet van fraaie zonsondergangen te berichten. Zoveel mooier dan thuis, waar de horizon bijna altijd vervuild is door huizen, auto’s of andere antropogene hinder. Hier is alles puur: de zon, de zee, de hemel. Je wordt er even stil van. Je geniet van dit bijzondere schouwspel en neemt het moment van rust als een geschenk.
Je probeert alle hectiek van de dag even van je af te schudden en aan niets te denken, hoe moeilijk dat ook is. Ook al versluieren soms wolken hét moment, juist die wolken schilderen een prachtig kleurenpatroon aan de hemel. Je bent ‘even helemaal weg’. "A tavola!" De kok haalt je ruw uit je dagdroom, maar dat geeft niet. Ook het eten zal weer genieten zijn.
5 september: vissen vangen
"Waar is Tom eigenlijk?," vraag ik aan Patrick die zijn monsters zit te filtreren en op te delen in weet-ik-hoeveel potjes. "Vissen vangen." Hè? Vissen vangen? Kan de kok dat niet doen, of zijn hulp? We hebben hier toch weiß-Gott genug zu tun! (Als ik me opwind, breekt nog altijd mijn moedertaal door.) "Nou, kijk maar in het elektronicalab hier tegenover." Elektronicalab? Er is toch een elektronicus aan boord? Wat moeten wij daar dan? En ook nog vissen vangen…
In gedachten zoek ik naar iets wat je in de elektronica een ‘vis’ zou kunnen noemen, maar mijn kennis is op dat gebied te gering en ook mijn fantasie kan op dit moment even niet bijspringen. Maar dat hoeft ook niet meer: ik vind Tom aan een bureau zittend. Voor hem een serie flessen uit de sedimentvallen netjes op een rij. En in een paar van die potjes… vissen!
"Wat doe jij hier?," vraag ik. "Vissen vangen." Ah ja, wist ik eigenlijk al. Dit zijn de flessen van de bovenste val die op een diepte van maar 500 meter hangt, waar nog licht is en waar vissen leven. Als die doodgaan, kunnen ze in de val terechtkomen. En omdat dode vissen in wezen ook vaste deeltjes zijn, moeten we ze net zo goed verzamelen. In een apart potje uiteraard, komt er dus nog één bij, maar wat maakt dat nog uit.
Het vissen is meer werk dan we dachten, vooral door alle kleine beestjes, zoals kreeftjes van nog geen vijf millimeter lang. Als wetenschappers moeten wij zorgvuldig te werk gaan en niet alleen de grote vissen eruithalen.
6 september: rotte eieren
De eerste monsters uit het zoutmeer Discovery. Een zoutmeer in de zee? Jazeker. Ooit was de Middellandse Zee helemaal opgedroogd: doordat er zo’n zes miljoen jaar geleden geen water meer via de Straat van Gibraltar werd aangevoerd, verdampte al het water. Het zout in het zeewater heeft zich op de (zee)bodem afgezet als een dikke laag. Toen het water later weer terugkwam, hebben zich daarop nieuwe sedimenten afgezet.
Op sommige plekken is de zoutlaag aan het oppervlak gekomen en hebben zich bekkens gevormd die gevuld zijn met erg zout water, omdat het zout erin oplost. Dat willen we natuurlijk nader onderzoeken, en we gaan met de CTD het zoutmeer in. Dat is nogal diep: rond de 3.500 meter. Omdat er geen zuurstof in dit superzoute water zit, stinkt het naar rotte eieren (waterstofsulfide). Het enthousiasme over het fenomeen ‘zoutmeer in zeewater’ beperkt zich dan ook tot een zeer theoretisch niveau. Wat vooral blijft hangen (in je geheugen maar ook letterlijk, in je kleding), is de stank en de pijn die het zout veroorzaakt in elk piepklein wondje.
7 september: zonsopgang
Gisteravond is besloten om in ploegendienst te gaan werken bij het filtreren van de monsters uit de sedimentvallen. Anders redden we het niet voordat we weer aan wal gaan. Patrick houdt van vroeg opstaan, dus heeft hij zich vrijwillig gemeld voor de eerste ploeg, die om zes uur begint.
Omdat het niet leuk om alleen te werken, heb ik besloten dit als een kans te zien. Ik sta ook vroeg om de dataverwerking op orde te brengen. Mijn schatting is dat twee uur werken voor het ontbijt net zoveel oplevert als drie uur erna. Bij gebrek aan ruimte staat de computer namelijk in de gemeenschappelijke ruimte, waar veel mensen binnenlopen. Maar als ik om vijf voor half zeven mijn neus naar buiten steek om even een 'gevoel' voor de dag te krijgen, loop ik snel terug naar de hut om mijn camera te halen, want de zon gaat zo op!
Ik weet nog steeds niet of een zonsopgang er nu echt anders uitziet dan een zonsondergang, maar toch heeft een zonsopgang iets heel speciaals. Dat ligt louter en alleen aan het vroege tijdstip: je geniet er bijna altijd alleen van en je weet dan zeker dat het een hele mooie dag wordt.
8 september: mousse au chocolat
De dag van de modder-CTD. De benaming modder-CTD geeft aan dat het vandaag vies wordt. Wetenschappelijk gezien is modder een soort vloeibaar sediment: net geen zeewater, omdat er te veel vaste deeltjes in zitten, en net geen sediment, omdat er te veel water in zit. Dat is lastig, want er bestaan veel verschillende apparaten voor het bemonsteren van sedimenten, en met een gewone CTD kun je prima watermonsters nemen. Maar wat moet je nou met zo’n mengelmoes?
‘Moes’ is trouwens een goede omschrijving. Het enthousiasme van ons wetenschappers voor de modder uit zo’n CTD doet niet onder voor het enthousiasme voor een mousse au chocolat. Maar in plaats van een appetijtelijk dessert krijgen wij een stinkende, warme prut voorgezet. Eigenlijk lijkt de modder erg op het zoutwater uit de zoutmeer-CTD, hij is alleen wat vaster. En dat maakt nu precies het verschil tussen een monster waar (in de praktijk) niemand op zit te wachten en een monster dat wordt toegejuicht. Want wat leent zich beter voor een initiatierite op een marien-geochemische expeditie dan gooien met modder uit de diepte van de zee?
10 september: opruimen
Het programma is afgewerkt. Zeewatermonsters, zoutmeermonsters, sedimentmonsters, sedimentvallenmonsters… alles keurig verwerkt en opgeborgen in koelkisten. De sedimentvallen zijn schoongemaakt en weer weggezet op hun plekje. We beginnen alvast de volgende verhuizing voor te bereiden: we ruimen het scheepslab ruimen op en verpakken alles in dozen en kisten. Die gaan terug in de container en naar Utrecht.
12 september:
Onze dagen op de oostelijke Middellandse Zee zitten erop. Langzaam vaart de 'Universitatis' de haven van Taranto binnen. En kijk, daar staat Sinterklaas te zwaaien op de pier. De beschermheilige van de stad heet ons welkom en wij nemen afscheid van onze Italiaanse collega’s en de bemanning. Tot volgend jaar. Dan komen we terug om de sedimentvallen opnieuw op te halen.
Kader 1
Personalia
Anke Dählmann
Opleiding
Scheikundige. Gepromoveerd in de geologie.
Loopbaan
- Als marien-geochemisch onderzoekster heeft zij de afgelopen negen jaar veel rondgevaren op de oceanen, van Alaska tot Antarctica.
- Sinds de zomer van 2001 werkzaam bij de vakgroep Mariene Geochemie van de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht.
- Gespecialiseerd in het analyseren en interpreteren van de samenstelling van sediment en het water erin. Daarnaast maakte het organiseren van expedities een groot deel uit van haar werkzaamheden.
- Vanaf 2006 werkzoekend.
www.geo.uu.nl/~daehlman
Kader 2
Terminologie
- Mariene Geochemie: het onderzoeken van scheikundige processen in de zeebodem (sediment) en de vaste deeltjes in het zeewater die (langzaam) naar de zeebodem zinken en daar na verloop van (lange) tijd het sediment zullen vormen.
- Sedimentval: grote trechter met een carrousel van monsterpotjes eronder waarmee de vaste deeltjes uit het zeewater opgevangen worden. Om de twee weken wordt een nieuw potje onder de trechter gedraaid, een jaar lang.
- CTD: sonde die de geleidbaarheid (Engels currency, C), temperatuur (T), en diepte (D) van het zeewater meet. De CTD wordt meestal samen gebruikt met een rosette sampler waarmee watermonsters op bepaalde dieptes (gebaseerd op de CTD-data) worden genomen. De afkorting CTD gebruiken we hier voor de combinatie van sonde en rosette sampler.
Kader 3
Mariene geochemie
De vakgroep Mariene Geochemie van de Universiteit Utrecht doet fundamenteel onderzoek naar processen in zeebodem en zeewater, met een focus op de Middellandse Zee. Het onderzoek omvat uiteenlopende processen, variërend van recente concentraties in het water tot analyses van sedimenten die vele miljoenen jaar oud zijn. Door het bestuderen van oude sedimenten wordt kennis opgedaan over de ontwikkeling van het regionale en globale klimaat. De verkenning van sedimenten die veel van het broeikasgas methaan bevatten, kan mogelijke gevolgen voor het milieu in kaart brengen.
Een marien geochemicus gaat gemiddeld een keer per jaar op expeditie. Enkele analyses gebeuren al aan boord, de rest vindt voor het grootste deel plaats in het lab op de universiteit.
De meeste projecten zijn interdisciplinair: er wordt bijvoorbeeld samengewerkt met paleontologen, organisch geochemici en microbiologen. De projecten worden gefinancierd door NWO, de Europese Unie of de European Science Foundation en zijn dus vaak internationaal georiënteerd.