Door: Jan van den Berg
14 maart
19:45: overlevingspak
De kennismaking met de mannen van de Algemene Inspectie Dienst (AID) vindt plaats in de haven van Den Helder. Ronald van Boven en twee bemanningsleden van de ‘Barend Biesheuvel’ halen me op met een rigid hull inflatable boat (RHIB, een opblaasbare rubberboot). Van Boven is senior controleur visserij bij de AID. Hij leidt deze week de inspecties op zee. De twee rhib’s van de Barend Biesheuvel zijn onmisbaar voor het werk van de controleurs. Het zijn snelle boten die hen naar de visserijschepen brengen. Veiligheid gaat voor alles. Daarom moet ik om te beginnen een overlevingspak aan. Het is een soort overall met laarzen die vastzitten aan de pijpen. Rondom hals en polsen sluit het pak waterdicht af. Het pak geeft me een grote kans de lage temperatuur van het Noordzeewater te overleven, mocht ik daar onverhoopt in terechtkomen. Als landrot met beperkte nautische ervaring lijkt die kans me groot tijdens mijn eerste vaart in de rhib. Hoewel het weer rustig is, klapt de rhib van de ene golf naar de volgende. Na tien minuten doemt de Barend Biesheuvel in het donker op.
20:00: Arbodienst
Ook op zee is de bureaucratie nooit ver weg. Tweede stuurman Joris Strunk laat me papieren ondertekenen, waarin ik verklaar wie ik ben en waarin staat dat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit niet aansprakelijk is als er iets gebeurt met mij of mijn eigendommen. Vervolgens kan het echte werk beginnen. Er staat een controle gepland en ik kan meteen mee. Voor de tweede keer wurm ik me onhandig in het overlevingspak. Voor visserijcontroleur Dirk van den Berg is dit een tweede natuur geworden. “Maar,” zegt hij, “volgens de Arbodienst is dit het zwaarste deel van ons werk.”
22:15: klauteren
We gaan een kotter controleren die aan het vissen is. De eerste twee die we tegenkomen, zijn kort tevoren gecontroleerd, dus die laten we gaan. Na ruim een half uur komt de ‘Hendrik Petronella’ (HD 4) in zicht. De bestuurder zet onze rhib tegen de zijkant van de kotter. Dirk van den Berg en controleur Ria Jeurissen klauteren eerst over de reling. Dan is het mijn beurt om de bewegingen van de rhib ten opzichte van de kotter goed in te schatten en het juiste moment te kiezen om ze te volgen. Even flitst het door me heen dat een klein foutje voldoende is om in de Noordzee te belanden. Het is geruststellend om het overlevingspak aan te hebben. Van Boven stapt als laatste over.
22:50: kat-en-muisspel
Ik ga met Van Boven en Van den Berg mee naar de brug voor controle van het logboek. Maar dan moet eerst het overlevingspak uit. “Sommige kotters hebben hoogpolig tapijt op de brug,” legt Van den Berg uit. “Dat willen we natuurlijk niet vies maken met onze laarzen.” Op kousenvoeten gaan we naar de brug. Het heeft iets huiselijks. Jeurissen gaat het visruim in om de vangst te controleren. Schipper Johan Bais is niet verbaasd dat we aan boord komen. “Alle vissers weten dat jullie in de buurt zijn. We volgen jullie goed.” De controleurs op hun beurt kijken hier weer niet van op. “We weten natuurlijk ook wel dat ze ons in de gaten houden,” zegt Van Boven. “Het blijft een kat-enmuisspel.”
Van den Berg buigt zich over het logboek. Hij controleert hoeveel vis er per dag gevangen is, wat de totale vangst tot nu toe is en of het statistische vak, waarin de vis gevangen is, klopt. De Noordzee is verdeeld in vakken, zodat een visser eenvoudig aan kan geven waar hij heeft gevist. Deze gegevens zijn niet alleen interessant voor de AID. Ook biologen gebruiken de informatie. Het vak waarin de HD 4 nu vist, is niet het vak dat Bais heeft ingevuld. “Ja, stom van me. We hebben de halve week wel in dat vak gevist, dus daardoor heb ik het verkeerd ingevuld.” De controleurs tillen er niet zo zwaar aan, legt Van den Berg uit. “Het is natuurlijk een overtreding, maar we geven niet meteen voor alles een officiële waarschuwing of een boete. Ik snap best dat Bais hier een fout gemaakt heeft. We wijzen hem daar wel op.”
Bais laat de netten ophalen. Dit is een moment waarop de controleurs zeer alert zijn. Als het net boven water komt, kijken ze naar de kuilen. Dit zijn de delen van het net waar de vis in zit. Soms gebruiken vissers binnenkuilen die, zoals de naam al aangeeft, in de eigenlijke kuilen zijn aangebracht. Deze binnenkuilen hebben een kleinere maaswijdte dan is toegestaan. Hierdoor kun je meer vis vangen van een kleinere maat, waardoor de vissers hun opbrengst verhogen.
De controleurs hebben me al uitgelegd dat het gebruik van binnenkuilen een ernstige overtreding is. Het kan leiden tot een boete van tienduizenden euro’s en het intrekken van de visvergunning voor een paar weken. De netten van Johan Bais zijn echter in orde. Dit blijkt ook uit metingen van de maaswijdte die de AID’ers altijd uitvoeren.
15 maart
8:10: politie
Krap een uur nadat ik ben opgestaan, klim ik van de rhib in de garnalenvisser ‘Sabine’ (TS 7), die net ten noorden van Terschelling vist. De controleurs vinden hier niets dat niet aan de regels voldoet. Maar dat kan schipper Peter India niet mild stemmen. “We worden veel te vaak gecontroleerd. Vorige week hadden we politie aan boord, nu weer de AID. Ze komen met vier man, alsof ze niets beters te doen hebben.”
10:45: zeeziek
De tweede controle vandaag betreft de ‘Aaltje’ (UK 93). Normaal gesproken vist het schip op het IJsselmeer. Maar nu beproeft de bemanning zijn geluk op de Noordzee. Ontevreden over de vangst zijn ze niet. De boot lijkt echter wat klein voor de Noordzee. Zelfs met een redelijk vlakke zee gaat de Aaltje behoorlijk op en neer. Ik dacht dat ik goed bestand was tegen zeeziekte. Maar na een uur op het achterdek van de Aaltje begint mijn maag toch zachtjes protest aan te tekenen. Ik bevind me in goed gezelschap, want ook een van de bemanningsleden en een AIDcontroleur voelen zich niet helemaal lekker. Een flinke maaltijd zal me goed doen.
Ik ben dan ook blij als we weer richting Barend Biesheuvel varen. Vreemd genoeg veroorzaakt het stampen van de rhib niet de geringste toename van het onbehaaglijke gevoel in mijn maag.
12:00: ‘Actie Stiekem’
De lunch is een forse warme maaltijd, die mijn maag zoals verwacht tot rust brengt. Dirk van den Berg legt uit dat er op de Aaltje het een en ander mis was. “Ik kon duidelijk merken dat ze nauwelijks ervaring hebben met vissen op zee. Dus heb ik ze uitgelegd dat ze hun logboek toch echt moeten invullen. Ik voelde me trouwens ook een soort maatschappelijk werker. Je hoort de mensen aan over de moeilijkheden die ze met hun bedrijf hebben. Dit soort contacten maakt het werk leuk.”
Ronald van Boven kondigt aan dat er komende nacht een ‘Actie Stiekem’ op het programma staat, zoals hij het noemt. Hij heeft een kotter op het oog waarvan de bemanning mogelijk gebruikmaakt van verboden netvoorzieningen, zoals de eerder genoemde binnenkuilen.
15:50: zegelplan
We zijn aan boord van de ‘Jacob Willemina’ (UK 45). Met schipper Jan Hakvoort dalen Ria Jeurissen en ik af in het visruim. Hakvoort is niet ontevreden over de vangst, hoewel het grootste deel van het ruim leeg is: “In deze tijd van het jaar is de vangst altijd wat minder.” Na een kwartiertje heeft Jeurissen voldoende gezien. We warmen ons op het dek aan de zon, terwijl Jeurissens collega het logboek en zegelplan controleert. Het zegelplan geeft aan waar de zegels op de motor zich bevinden. Verschillende onderdelen, zoals brandstofpompen, zijn zodanig ingesteld dat ze het vermogen van de motor beperken. En daarmee de capaciteit om vis te vangen, hetgeen een zekere bescherming van de visstand betekent. Deze onderdelen zijn verzegeld, zodat de bemanning het vermogen niet ongemerkt op kan voeren. Het verbreken van de zegels is een overtreding.
18:00: verbergen
Na het avondeten ga ik naar de brug. Eerste stuurman Kinne Reichgeld is bezig met een omtrekkende beweging ter voorbereiding van de Actie Stiekem. “We varen eerst een flink stuk naar het zuiden, zodat we buiten het bereik komen van de radar van de kotter die we op het oog hebben. Dan keren we terug en proberen ons te verbergen achter andere schepen. Ik hoop dat we zo ongemerkt dicht bij kunnen komen en de vissers kunnen betrappen op het gebruik van verboden netvoorzieningen. Als ze die tenminste gebruiken.”
16 maart
0:30: trek
Ronald van Boven bonkt op de deur van mijn hut. De actie gaat beginnen. Ik loop snel naar de brug, waar hij en tweede stuurman Joris Strunk op hun post zijn. Van Boven legt uit wat de bedoeling is. “We volgen de kotter op de radar. Gezien de snelheid zijn ze nu met een trek bezig. Als ze vaart minderen, gaan ze de netten binnenhalen. Dan gaat de rhib erop af.”
Zo ver komt het echter niet. Om drie uur besluit Van Boven de actie te staken. “Het duurt te lang. De mensen zitten al ruim twee uur in de rhib. Als we er nu op afgaan, duurt het nog twee uur voordat ze weer hier aan boord zijn. Het is jammer, maar we zullen een andere keer achter deze kotter aan moeten.”
7:15: papierwerk
Als ik opsta, varen we op slechts een paar mijl uit de kust rustig naar Scheveningen; de thuisbasis van de Barend Biesheuvel. Om negen uur leggen we aan. Ik kan naar huis. Maar de bemanning is nog tot een uur of vier vanmiddag bezig met papierwerk, onderhoud en andere zaken waar ze op zee niet aan toegekomen zijn.
Van sommige personen die in dit artikel voorkomen, is de naam op eigen verzoek niet genoemd. Verder zijn bepaalde details over controles niet vermeld, omdat dit het opsporingswerk van de AID zou kunnen hinderen.
www.aid.nl